De AWBZ-bijdrage en het box 3 vermogen

De AWBZ-bijdrage en het box 3 vermogen

Bij opname in een AWBZ-instelling moet een (inkomensafhankelijke) eigen bijdrage worden betaald. Deze bijdrage kan oplopen tot € 2.248,60 per maand (2014). Tot 2013 werd bij de vaststelling van de eigen bijdrage, naast het box 1 inkomen, rekening gehouden met een fictief rendement op vermogen van 4%. Vanaf 2013 is dit percentage verhoogd naar 12%! Voor veel mensen is dit reden om te zoeken naar mogelijkheden om het box 3 vermogen te verlagen.

Voor 2014 is het belaste box 3 vermogen op 1 januari 2012 bepalend. Op dit vermogen mag een bedrag van € 21.139 (2014) per fiscale partner in mindering worden gebracht. Tot de AOW-leeftijd is nog een extra aftrek van € 10.000 toegestaan.

Het verlagen van het box 3 inkomen kan op een aantal manieren bijvoorbeeld door:

  1. Schenkingen. Ook als iemand al is opgenomen in een AWBZ-instelling mag diegene nog steeds schenkingen doen. Dit jaar kan zelfs een bedrag van € 100.000 worden geschonken. Indien de ontvanger dit bedrag besteedt aan de eigen woning (o.a. aflossen schuld, aankoop, verbouwing), dan is er in veel gevallen geen schenkbelasting verschuldigd.
  2. Het vermogen in een BV brengen waardoor het vermogen verschuift van box 3 naar box 2. Box 2 vermogen leidt niet tot een hogere AWBZ-bijdrage.
  3. Het aflossen van erfrechtelijke schulden aan de kinderen.

Maar let op, als de bijdrageplichtige onder bewind is gesteld, dan moet voor het doen van schenkingen toestemming aan de kantonrechter worden gevraagd. Dit geldt ook voor het inbrengen van het vermogen in de BV. In een aantal recente zaken is deze toestemming door de kantonrechter geweigerd.

Het is duidelijk dat de AWBZ-problematiek voor iedereen anders kan uitpakken. Tijdig persoonlijk advies is dan ook een must.